#belgischcongo

Indrukwekkende Documentaire film over Belgisch Congo, mijn operaties, Leopoldstad enzv. (Nederlands Gesproken)

1 week, 4 days ago

De CMB werd opgericht in 1895 onder de naam Compagnie Belge Maritime du Congo (CBMC). Op verzoek van Leopold II van België werd met Britse investeerders een vaste verbinding geopend op de Kongostaat van de koning. Op 6 februari 1895 verliet de Léopoldville als eerste de haven van Antwerpen. Zestig jaar lang waren de Congoboten op de lijndienst Antwerpen–Matadi een begrip. Op 2 november 1911 kreeg de rederij een beursnotering op de Brusselse beurs.

1 week, 4 days ago

De Force Publique of Openbare Weermacht was het koloniale leger van de Onafhankelijke Congostaat en nadien van Belgisch-Congo. Op haar hoogtepunt, vlak voor de Congolese Dipenda, telde de Force Publique meer dan honderdduizend manschappen, verspreid over meer dan vijftig kazernes in alle uithoeken van Belgisch Congo. De Force Publique werd opgericht in 1885 door Koning Leopold II, de Grote met als doel het verzorgen van logistieke steun aan de Belgische kolonisten en het bezetten van strategische punten. Ook de strijd tegen de Arabische slavenhandelaren in Oost-Congo werd door de Force Publique gevoerd. De FP groeide alzo uit tot zowel een leger- als een politiemacht en stond aanvankelijk onder het rechtstreekse bevel van de gouverneur-generaal en de koning.

1 week, 4 days ago

Leopold II ontmoet Belgen uit het voormalige Leopoldstad

1 week, 6 days ago

Documentaire over het Bezoek van koning Boudewijn aan Belgisch Congo in 1955.

Bwana Kitoko is een Belgische documentaire over de eerste reis van de jonge koning Boudewijn naar Belgisch-Congo in 1955. De film laat de enthousiaste ontvangst van de vorst zien in de kolonie. De titel Bwana Kitoko verwijst naar Boudewijns lokale bijnaam en betekent "mooie heer".

1 week, 6 days ago

Deze korte documentaire schetst een portret van Leopoldstad als hoofdstad van Belgisch-Congo in de jaren 1950. Dit werd ingediend als solo voor het tweede jaar Production Management op het RITCS

1 week, 6 days ago

Vijftig jaar na het abrupte einde van zijn koloniale carrière keert schrijver Jef Geeraerts voor het eerst terug naar Congo. Het land waar hij zich zo heeft thuis gevoeld en waarover hij zo vaak en zo pregnant heeft geschreven. In de jaren ’50 trok hij zoals zo vele jonge, ambitieuze Belgen naar onze toenmalige kolonie, op zoek naar een groots en meeslepend leven. Weg van de naoorlogse grijzigheid. De jonge koloniale ambtenaar werd een echte ‘broussard’. Hij woonde en werkte in het oerwoud, in de buurt van Bumba, een stad aan de Congostroom in de Evenaarsprovincie.

Daar heerste hij over een gebied groter dan een Vlaamse provincie. Als ‘chef de region’ (officiële titel: assistent-gewestbeheerder) stond hij in voor het onderhoud van de wegen, het innen van de belastingen, de rechtspraak, de controle op de landbouw, … Na de onafhankelijkheid, wil hij liever in Congo blijven, aan de zijde van zijn vriendin Julie Yenga. Maar het geweld op straat neemt toe en de ex-koloniaal vreest voor zijn leven. In augustus 1960, twee maanden na de onafhandelijkheid, vlucht hij halsoverkop terug naar België. Om nooit meer terug te keren.

Tot nu. Op zijn 80ste keert de schrijver terug naar zijn roots. Hij hoopt Julie terug te vinden. Of Chef Michel Egbunde, zijn grote vriend, waarover hij met zoveel liefde heeft geschreven in Gangreen 1 (Black Venus). Hij wil weten of de mensen hem nog kennen en de plekken zoeken waar hij heeft gewoond. Hij wil weten hoe zijn land eraan toe is. Volg zijn trip in Terug Naar Congo.

1 week, 6 days ago

Sabena NV (Société Anonyme Belge d'Exploitation de la Navigation Aérienne) was van 1923 tot november 2001 de nationale luchtvaartmaatschappij van België. Sabena had haar hoofdkantoor in het Sabena house op Brussels Airport. Het gebouw is ondertussen hernoemd naar b.house en is het hoofdkwartier van Brussels Airlines.

Op 4 juni 1947 begon Sabena haar eerste trans-Atlantische route tussen Brussel en New York, waarop de Douglas DC-4 werd ingezet. De vluchten waren eerder een jaar als test uitgeprobeerd, waarbij een toestel verongelukte, het vliegtuigongeluk bij Gander Airport op 18 september 1946. Deze vliegtuigen werden al snel door de DC-6B vervangen. Deze twee types hernamen in hetzelfde jaar ook de historische routes naar Belgisch-Congo.

In die periode braken er ook verschillende opstanden uit in het vroegere Belgisch Congo dat in 1960 onafhankelijk werd. Duizenden Belgen sloegen op de vlucht of werden gedwongen het land te verlaten door rellen gericht tegen de Belgische kolonialen. Het was de taak van Sabena alle Belgische vluchtelingen te evacueren naar België. De onafhankelijkheid van Congo betekende ook het einde van het uitgebreide netwerk van routes en vliegvelden van Sabena in de oude kolonie.

1 week, 6 days ago

Na vier jaar onafhankelijkheid, gekenmerkt door een woelige politieke situatie, wordt de Congolese Democratische Republiek ( RDC ) verstoord door een opstand begonnen in de Kwilu en daarna uitgebreid in de Kivu. De onlusten verspreiden zich nog verder en weldra bezetten de rebellen, die zich " Simba " noemen, de helft van het nationaal grondgebied. Begin augustus maken ze van Stanleystad de hoofdstad van een Volksrepubliek.

Om aan deze anarchie een einde te maken besluit Paul-Henri Spaak, Minister van Buitenlandse Zaken, met het akkoord van de Kongolese autoriteiten, om bovenop de reeds aanwezige militaire technische bijstand, de Luchtmacht te versterken met Belgische bemanningen en de gouvernementele Strijdkrachten te ondersteunen met zogenaamde “ logistieke ” ploegen. Minister Paul-Henri Spaak stelt ook Kolonel SBH Frédéric Vandewalle, Comd van de colonnes van de Ommegang.Kolonel SBH Fréderic Vandewalle ter beschikking van de Congolese Eerste minister Moïse Tshombe. Deze belast kolonel Vandewalle met de oprichting van een Brigade, die als opdracht krijgt het grondgebied te heroveren dat in handen is gevallen van de rebellen.

In deze onmetelijke opstandige zone en door de geïmproviseerde reactie van de autoriteiten van Leopoldstad, die vliegtuigen inzetten niet alleen bestuurd door de reguliere bemanningen maar ook door huurlingen, worden duizenden Westerse - en Aziatische vreemdelingen weldra virtuele gijzelaars. De Congolese elite wordt het slachtoffer van systematische en afgrijselijke slachtingen.

1 week, 6 days ago

Het "Koning Boudewijnstadion" gelegen in Leopoldstad (huidig Kinshasa), Belgisch Congo, werd officieel ingehuldigd op 1 juli 1952 en bood plaats aan 75.000 mensen. Het bekendste evenement in de geschiedenis van dit stadium was de bokswedstrijd getiteld 'Rumble in the Jungle' tussen Muhammad Ali en George Foreman voor het Wereldkampioenschap van 30 oktober 1974 in het toenmalige Zaïre. De wedstrijd werd bekeken door een recordaantal van 1 miljard tv-kijkers , waardoor het 's werelds meest bekeken live tv-uitzending aller tijden werd.

1 week, 6 days ago

In december 1947 geeft minister van landsverdediging Raoul De Fraiteur opdracht aan majoor Janssens (later werd hij de eerste opperbevelhebber van de basis om uiteindelijk door te groeien tot de chef van de Openbare Weermacht) van de Force Publique om tussen Kamina en Luputa een gebied te zoeken dat geschikt is om een luchtmachtbasis te bouwen. Het is de minister zijn finaal oordeel over een eerder plan in navolging van een advies over de noodzaak van een nieuwe luchtmachtbasis in de kolonie. Per vliegtuig, jeep en uiteindelijk te voet werd het gebied tussen juli en september 1948 onderzocht. Op 28 januari 1949 zullen alle noodzakelijke teams zijn samengesteld die naar de geschikte locatie nabij Kamina gezoden werden vanuit de Prins Boudewijn kazerne te Brussel. De concrete bouwwerken gaan vanaf dan van start. Op 17 december 1949 kan het eerste vliegtuig landen op de nieuw aangelegde landingsbaan.

1 week, 6 days ago

Getuigenis van Pater Wim Van Hoef die op dat moment 93 jaar oud was. Deze Witte Pater is in Congo gebleven van 1939 tot 1993. Hij nam deel aan de veldtocht van Abyssinië. Hij werkte in de onderwijssector: hij creëerde verschillende seminaries en was diocesaan inspecteur. De getuigenis vond plaats in 2005.

De Afrikaanse Missies of Missionarissen van Afrika, beter bekend als de Witte Paters voluit Sociëteit van Missionarissen van Afrika is een Gemeenschap van apostolisch leven binnen de Rooms-Katholieke Kerk. De Sociëteit werd in 1868 door Charles kardinaal Lavigerie , aartsbisschop van Algiers in Algerije gesticht. Een jaar later, in 1869, stichtte hij ook de congregatie van de Zusters Missionarissen van Onze Lieve Vrouw van Afrika.

De naam "Witte Paters" komt van de witte, arabische klederdracht die de missionarissen dragen, samen met een rozenkrans rond de hals. Lavigerie stond er op dat Witte Paters zich de taal en de gewoontes van de Afrikanen zouden eigen maken en respect zouden tonen voor hun cultuur en geloofsovertuiging. Zijn voornaamste instructies om de geloofsverkondiging bij de Afrikaanse bevolking succesvol te kunnen aanpakken waren "U spreekt hun taal – u eet zoals zij – u kleedt u zoals zij". De paters droegen derhalve de kandora, de burnous en de chéchia. Op de kandora droegen de witte paters een rozenkrans als religieus onderscheidingsteken.

De congregatie speelt nog steeds een grote rol in het aartsbisdom Algiers en diens suffragane bisdommen, en ook in het bisdom Laghouat dat rechtstreeks onder de Heilige Stoel ressorteert. De Missionarissen van Afrika moeten niet verward worden met de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën, een in 1856 te Lyon gestichte missiecongregatie.

2 weeks ago

Leopold werd uitgehuwelijkt op 18-jarige leeftijd. Op 22 augustus 1853 huwde hij in Brussel met aartshertogin Maria Hendrika van Oostenrijk. Zij was de kleindochter van keizer Leopold II en haar vader aartshertog Jozef van Oostenrijk was paltsgraaf van Hongarije. Keizer Frans Jozef verleende Leopold de orde van het Gulden Vlies als huwelijksgeschenk. Na de dood van kroonprins Leopold verzuurde het huwelijk tussen Leopold en Maria Hendrika. Na de geboorte van hun jongste dochter Clementine ontstond er een breuk tussen de twee echtgenoten. Omdat zijn enige zoon en troonopvolger Leopold op jonge leeftijd overleed, werd zijn broer, prins Filips, graaf van Vlaanderen, de wettige troonopvolger; maar daar deze nagenoeg doof was, achtte Leopold hem niet in staat de Belgische troon te bestijgen. Hij vestigde zijn hoop op diens zoon Boudewijn, die echter eveneens vroegtijdig stierf. Uiteindelijk stierf ook Filips nog vóór Leopold, en werd Leopold II rechtstreeks opgevolgd door Albert, Boudewijns jongere broer.

2 weeks ago

Rode Draak en Zwarte Draak waren twee militaire operaties die in 1964, ten tijde van de Congocrisis, in Congo-Leopoldstad werden uitgevoerd om westerse gijzelaars te bevrijden uit Stanleystad en Paulis.

De beide operaties vonden respectievelijk plaats op 24 en 26 november 1964, tijdens de opmars van de 'Ommengang' door de tijdens de Simbaopstand door Simba's veroverde gebieden van het net onafhankelijke Congo-Leopoldstad. Ze werden uitgevoerd door Belgische en Amerikaanse troepen, ondersteund door Congolese huursoldaten. De operaties vonden in het geheim plaats en leidden tot de redding van ongeveer 2.300 mensen. Ongeveer 60 gijzelaars kwamen om en ongeveer 350 mensen werden geëxecuteerd tussen beide operaties, waaronder 300 Congolezen op 25 november 1964 in Paulis. Over het aantal doden onder de Simba's is niets bekend. De operaties staan bekend als zeer succesvol. Volgens Odom (1986) was het de eerste en in veel opzichten de meest complexe multinationale operatie ter bevrijding van gijzelaars van de Koude Oorlog.

Naast Rode Draak en Zwarte Draak waren vooraf nog twee operaties gepland; Witte Draak in Bunia en Groene Draak in Watsa. Deze operaties werden op bevel van de Amerikaanse president Johnson niet uitgevoerd.

2 weeks ago

Groeten uit 'Leopoldstad', de prachtige hoofdstad van Belgisch Congo, gebouwd en vernoemd naar haar oprichter: Zijne Majesteit Koning 'Leopold II, de Grote' Vandaag herbergt Leopoldstad 16.000.000 mensen en is het één van de grootste steden ter wereld.

2 weeks ago

In 1953 werd Guido Haazen als katholiek missionaris naar Kamina in Katanga gestuurd, waar hij verantwoordelijk werd voor het algemeen beleid van een school, met name ook voor de liturgie, en voor de muziek. Tot dan toe werd er in de liturgie van die school alleen westerse muziek gezongen. Maar Haazen, die al snel de schoonheid van de plaatselijke muziek leerde kennen en appreciëren, vond dat die Afrikaanse muziek ook in de liturgische beleving van de kinderen en de leraren thuishoorde. In die tijd was dat voor een missionaris een zeer ongewoon idee, want die muziek werd vaak als heidens beschouwd. Haazen moest zelfs bij zijn eigen koorleden behoorlijk wat weerstand overwinnen eer ze voor hem hun muziek wilden zingen. Toen ze dat deden, leerde hij hun een aantal principes van de westerse esthetiek (zoals gelijk beginnen en eindigen, zingen in plaats van roepen). "En geleidelijk begonnen ze te voelen dat zij niet moesten onderdoen voor de Westerse liederen. Toen we een zangavond gaven voor de Blanken van Kamina werden ze zo spontaan toegejuicht dat het duidelijk was hoe die Blanken verrast waren door de schoonheid van hun liederen. Dat gaf hen een sterk gevoel van eigenwaarde."

Maar een mis met Afrikaanse muziek, dat was een brug te ver, tot in 1957 Haazens koor, dat zich ondertussen De Troubadours van Koning Boudewijn mocht noemen, uitgenodigd werd te zingen op Expo 58. Met de toestemming van een progressieve overste greep Haazen die uitnodiging aan om zijn idee toch te realiseren: een mis met authentieke Afrikaanse muziek, waarop de Latijnse tekst geïmproviseerd werd. (Vóór het Tweede Vaticaans Concilie was Latijn de enige toegestane liturgische taal.) Het belangrijkste deel van het muzikale materiaal werd daarbij geleverd door een leraar van Haazens school, Joachim Ngooyi. Verreweg het grootste deel van dat muzikale materiaal is gebaseerd op de kasàlà, "een genre dat wijdverbreid is in Afrika, waarin men de loftrompet steekt over een persoon of een etnische groep. Het heeft een duidelijk antifonische structuur".

De première vond plaats in de kerk van Sint-Bavo in Kamina, op 23 maart 1958, met Ngooyi als tenor solo en Haazen als dirigent. De dag daarna reisden de 45 jongens en de 17 volwassenen van De Troubadours van Koning Boudewijn af naar België, waar ze zes maanden bleven en de Missa Luba ± 130 keer uitvoerden, het vaakst in het Paviljoen van de Katholieke Missies op Expo 58, waar ze voor Philips ook de opname van het werk maakten die een wereldsucces zou worden. Er waren ook enkele uitvoeringen in Nederland en in Duitsland. Een hoogtepunt was een optreden in het Koninklijk Paleis van Brussel (samen met de Wiener Sängerknaben), tijdens hetwelk de Troubadours een speciaal voor de gelegenheid gecomponeerd Tantum ergo zongen.

Het succes van de Missa Luba was eerst voornamelijk Afrikaans, maar nu is het wereldwijd. Ze wordt overal uitgevoerd zowel in concerten als tijdens de mis, in Nederland bv. jaarlijks in de kapel van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën sinds 2005.

2 weeks ago

De beurscrash van 24 oktober 1929 op Wall-Street luidde het begin in van de grote recessie van de jaren 1930. Ook de Belgische kolonie had nood aan financiële middelen voor zijn ontwikkeling. Om Belgisch Congo van nieuwe inkomsten te voorzien richtte de regering op 29 mei 1934 de Koloniale Loterij op. De eerste trekking vond plaats op 18 oktober 1934. De inkomsten werden, vanaf het prille begin, voornamelijk gereserveerd voor de kolonie, maar ook tal van Belgische verenigingen met een sociaal of caritatief doel konden op aanzienlijke steun rekenen.

2 weeks, 1 day ago

Met het oog op de snelle veranderingen die tegenwoordig in de wereld plaatsvinden, leek het mij wenselijk om in beeld en geluid een afspiegeling te houden van de overgebleven overblijfselen van het oude leven in Congo, er is een gemeenschap tussen de man van het woud en zijn natuurlijke omgeving die ons inspireert in een gevoel van respect een erkenning van spiritueel erfgoed, ik dank allen die mij hebben geholpen om deze taak te volbrengen die schoonheid en wetenschappelijke waarheid combineert.

Zijne Majesteit Koning Leopold III.

2 weeks, 1 day ago

De wereldtentoonstelling van 1958 werd gehouden in de Belgische hoofdstad Brussel onder de naam Expo 58. Ze vond plaats van 17 april tot 19 oktober 1958 op de Heizel. De koloniale afdeling lag direct ten zuiden van het Atomium, waar nu een voetbalveld en de Primerose tennisclub liggen. In dit deel waren Belgisch-Congo, een kolonie van België, en Ruanda-Urundi, destijds een Belgisch mandaatgebied, ondergebracht. Het had zeven paviljoenen die de technische en menselijke vooruitgang moesten tonen.

2 weeks, 2 days ago

Opname van 2003. Medische dienst gezondheidsbeambte. In Congo van 1953 tot 1960.

Het gebrek aan medisch personeel om tegemoet te komen aan de gezondheidszorgbehoeften van de inheemse Congolese bevolking was voor het Belgische Ministerie van Koloniën aanleiding om gezondheidsbeambten in te stellen om artsen te helpen bij de bestrijding van de grote endemische ziekten. Er werd een wettelijk kader tot stand gebracht, evenals een specifieke opleiding. De geschiedenis van deze gezondheidsbeambten in de 20ste eeuw illustreert de voorwaarden voor de oprichting van een nieuw beroep, de evolutie ervan in bijna 60 jaar en de verdwijning ervan bij het einde van de kolonie.

De taken van deze, voornamelijk Belgische, zorgverleners zijn na verloop van tijd geleidelijk gestructureerd. De belangrijkste focus van het werk was de medische telling van de gehele bevolking, meestal twee keer per jaar, om nieuwe gevallen van slaapziekte te vinden. Naast deze endemische ziekte werden later ook lepra, framboesia en syfilis opgespoord. Andere activiteiten die samenvielen met de telling waren onder meer inentingscampagnes (pokken en tuberculose), gewichtscontrole voor kinderen, toezicht op de gezondheidsposten op het platteland en toezicht op de hygiëne in de dorpen. De gezondheidsbeambten waren ook verantwoordelijk voor de logistieke en administratieve aspecten van de gezondheidsdiensten (de organisatie van het geneesmiddelenaanbod, het onderhoud van materieel en voertuigen, het opstellen van boekhoudkundige rapporten en gezondheidsstatistieken). Zij werkten onder het gezag van de medische directeur van de bevoegde territoriale jurisdictie, maar mochten op eigen gezag inbreuken op de bepalingen inzake hygiëne en volksgezondheid en besmettelijke ziekten vaststellen.

De getuigenissen van de nog levende voormalige gezondheidsbeambten, tonen twee kenmerken. De eerste is de nadruk op het hoofdkenmerk van het werk, namelijk het bezoeken van dorpen om de medische tellingen uit te voeren. Dit werd als veeleisende maar avontuurlijk ervaren. Deze routes betekenden een afwezigheid gedurende drie weken per maand om door landelijke gebieden (de "brousse") te reizen; en reizen gebeurde te voet of in een draagstoel (in de lokale taal een tipoye genoemd). De vierde week, terug op de basis, was gewijd aan het schrijven van de maandelijkse verslagen. Het tweede kenmerk is de voldoening van het voltooide werk, met het gevoel een wezenlijke bijdrage te hebben geleverd aan de gezondheid van de inheemse bevolking. De ondervraagde gezondheidsbeambten benadrukten de kwaliteiten die inherent waren aan hun werk: initiatief, pragmatisme en het vermogen om te communiceren met de mensen en hun stamhoofden. Ze verklaarden dat ze “des te gemotiveerder waren omdat de behoeften reusachtig waren en de resultaten direct waarneembaar”. De gezondheidsbeambten werden voorgesteld als verantwoordelijk voor de verdediging van de volksgezondheid, “zoals politieagenten die zich inzetten voor het handhaven van de orde in de stad”. Ook andere aspecten die de arbeidstevredenheid bevorderden, werden vermeld: geschikte arbeidsomstandigheden, voortdurend toezicht en een aangepaste beloning, m.i.v. pensioen.

2 weeks, 2 days ago

Jozef Albert de Vleeschauwer van Braekel was een Belgisch politicus voor de Katholieke Partij en de CVP, die onder meer minister was.

Van mei 1938 tot februari 1939 was hij minister van Koloniën in de Regering-Spaak I. Vanaf april 1939 was hij opnieuw minister van Koloniën in de regering-Pierlot II. Hij behield deze functie tot in februari 1945. In het kabinet-Pierlot in ballingschap in Londen cumuleerde hij de portefeuille Koloniën, van 1940 tot 1942 met die van Justitie en van 1942 tot 1944 met die van Openbaar Onderwijs.

De Vleeschauwer kreeg een onbeperkt mandaat om als administrateur-generaal de belangen van Belgisch-Congo te verdedigen. Hij vertrok naar Lissabon, waar hij op 22 juni aankwam in gezelschap van Fernand Vanlangenhove. Die had aan Paul-Henri Spaak gevraagd zijn functie van secretaris-generaal van Buitenlandse Zaken niet te moeten opnemen in bezet gebied. De volgende dag stuurden zij een telegram naar alle Belgische diplomatieke vertegenwoordigers en naar de gouverneur-generaal van Congo om aan te kondigen dat een gemachtigd lid van de regering buiten Duits bereik was en de oorlog werd voortgezet.

De gouverneur-generaal reageerde op deze boodschap met zijn bekende radiorede waarin hij zich volledig aan de zijde van de regering-Pierlot schaarde. Een andere bestemmeling, baron Emile de Cartier de Marchienne, Belgisch ambassadeur in Londen, verwittigde De Vleeschauwer dat Marcel Henri Jaspar, met de steun van Camille Huysmans, een tegenregering poogde op te richten en dat zijn aanwezigheid in Londen gewenst was. Aldus vloog De Vleeschauwer op 4 juli naar Engeland.

Bij zijn ontmoeting met Lord Halifax en Winston Churchill (5 en 8 juli) bood hij de volledige samenwerking van Congo aan, weliswaar zonder militaire bijdrage. Dit werd dankbaar aanvaard met de opmerking dat het beter ware dat de hele Belgische regering naar Londen zou komen. De Vleeschauwer beloofde dit te bewerkstelligen en vertrok op 16 juli terug naar Lissabon. Door communicatieproblemen en Franse onwilligheid duurde het tot 2 augustus alvorens hij erin slaagde drie collega's, Pierlot, Spaak en Gutt, te ontmoeten aan de Frans-Spaanse grenspost van de Col du Perthus. Daar viel de beslissing Vichy te verlaten en naar Londen te trekken.

Camille Gutt bezat de nodige visa en vergezelde De Vleeschauwer terug naar Londen waar ze op 5 augustus aankwamen. Pierlot en Spaak verlieten Vichy, na een laatste kabinetsvergadering op 25 augustus, en kwamen in Londen aan op 22 oktober na een bewogen tocht door Spanje. Op 31 oktober hield de vierkoppige regering in ballingschap haar eerste kabinetsbijeenkomst en bekrachtigde alle beslissingen die De Vleeschauwer eerst op zijn eentje en later samen met Gutt had getroffen. Door de demarches van De Vleeschauwer kon derhalve de kern van het vooroorlogs kabinet onder leiding van Pierlot, België en zijn kolonies in het kamp van de geallieerden houden.

De Vleeschauwers gewicht als minister van Koloniën was in Londen veel groter dan in Brussel, waar hij maar een junior minister was. Immers de kolonie kon middelen en grondstoffen leveren voor de oorlogsvoering, zelfs troepen leveren voor de Britse campagne tegen de Italianen in Oost-Afrika en meteen ook een bron van inkomsten vormen voor de regering in ballingschap. De Vleeschauwers beleid lokte kritiek uit, omdat hij geen inmenging duldde in zijn departementale verantwoordelijkheden, vooral niet van politici die de uitkomst van de Slag van Stalingrad (1942-43) hadden afgewacht om naar Engeland te komen.

2 weeks, 2 days ago

Getuigenis van Katholieke universiteit Leuven Professor Joseph Vandepitte, geboren in 1922, doctor in de geneeskunde, specialist in microbiologie, bacteriologie en tropische geneeskunde.

2 weeks, 2 days ago

Moïse Kapenda Tshombe of Tsjombe was een belangrijk politicus in de jaren volgend op de onafhankelijkheid van Belgisch Congo in 1960. Die hoofdzakelijk bekend werd door zijn secessiepolitiek in Katanga.

Geen enkel land erkende de afgescheurde koperprovincie als staat, maar toch kon Tshombe tot begin 1963 standhouden. Na het opdoeken van de secessie bleef Tshombe nog een tijdje in Katanga en bedong amnestie. Pas in juni 1963 vertrok hij naar Spanje, waar hij als banneling verbleef tot in juli 1964, wanneer hij de post aanvaardt van Congolees eerste minister. Zijn partij won de democratische parlementsverkiezingen van 1965 met glans. Tshombe werd daarmee een bedreiging voor president Kasavubu. Op basis van juridisch geredekavel werd hij afgezet. Daarop volgde een zeer verwarde periode, die eindigde met een nieuwe staatsgreep van kolonel Mobutu. Tshombe vluchtte opnieuw naar Spanje. Mobutu liet hem bij verstek ter dood veroordelen door een militaire rechtbank. Vanuit Spanje bleef Tshombe ageren tegen Mobutu, o.a. door een huurlingenleger op de been te brengen.

In juni 1967 werd een vliegtuigje waarin Tshombe zich verplaatste gekaapt door Francis Bodenan, een huurling van wie nooit duidelijk werd voor wiens rekening hij precies werkte, die de piloten dwong koers te zetten naar Algiers. Alle inzittenden, ook Tshombe, werden daar gearresteerd, en Tshombe werd in Algerije onder huisarrest geplaatst. Mobutu's afgevaardigde Bernadin Mungul-Diaka eiste daarop zijn uitlevering, die het Algerijnse hooggerechtshof toekende op 21 juli 1967. Tshombe werd echter nooit uitgeleverd en overleed twee jaar later nabij Algiers. Volgens 11 wetenschappers stierf hij aan een hartaanval, hetgeen een dag later werd bevestigd door een autopsie op 30 juni. Tshombe werd daarop overgevlogen naar Brussel, waar hij op 5 juli 1969 werd begraven op de begraafplaats van Etterbeek.

2 weeks, 3 days ago

Moïse Kapenda Tshombe of Tsjombe was een belangrijk politicus in de jaren volgend op de onafhankelijkheid van Belgisch Congo in 1960. Die hoofdzakelijk bekend werd door zijn secessiepolitiek in Katanga.

Geen enkel land erkende de afgescheurde koperprovincie als staat, maar toch kon Tshombe tot begin 1963 standhouden. Na het opdoeken van de secessie bleef Tshombe nog een tijdje in Katanga en bedong amnestie. Pas in juni 1963 vertrok hij naar Spanje, waar hij als banneling verbleef tot in juli 1964, wanneer hij de post aanvaardt van Congolees eerste minister. Zijn partij won de democratische parlementsverkiezingen van 1965 met glans. Tshombe werd daarmee een bedreiging voor president Kasavubu. Op basis van juridisch geredekavel werd hij afgezet. Daarop volgde een zeer verwarde periode, die eindigde met een nieuwe staatsgreep van kolonel Mobutu. Tshombe vluchtte opnieuw naar Spanje. Mobutu liet hem bij verstek ter dood veroordelen door een militaire rechtbank. Vanuit Spanje bleef Tshombe ageren tegen Mobutu, o.a. door een huurlingenleger op de been te brengen.

In juni 1967 werd een vliegtuigje waarin Tshombe zich verplaatste gekaapt door Francis Bodenan, een huurling van wie nooit duidelijk werd voor wiens rekening hij precies werkte, die de piloten dwong koers te zetten naar Algiers. Alle inzittenden, ook Tshombe, werden daar gearresteerd, en Tshombe werd in Algerije onder huisarrest geplaatst. Mobutu's afgevaardigde Bernadin Mungul-Diaka eiste daarop zijn uitlevering, die het Algerijnse hooggerechtshof toekende op 21 juli 1967. Tshombe werd echter nooit uitgeleverd en overleed twee jaar later nabij Algiers. Volgens 11 wetenschappers stierf hij aan een hartaanval, hetgeen een dag later werd bevestigd door een autopsie op 30 juni. Tshombe werd daarop overgevlogen naar Brussel, waar hij op 5 juli 1969 werd begraven op de begraafplaats van Etterbeek.

2 weeks, 3 days ago

Jan Hintjens werd geboren in 1928 te Oostende. Hij voltooide zijn landbouwstudies aan de land- en tuinbouwschool van St.Truiden en volgde een vervolmakingscursus in tropische landbouw te Brussel. In 1951 vertrok hij naar Congo als stagelopend landbouwkolonist. Daarna werd hij adjunkt-agronoom in het gewest Ikela in de Evenaarsprovincie. In 1954 stichtte hij zijn eigen plantage "Bokau" en moest in 1960 Congo verlaten. Werd laureaat van de novellenwedstrijd van "Band" (Leopoldstad) met zijn werk: "Dorp op Likako". Schreef verder vijf radiomontages over het leven in de brousse, die door Radio Belgisch-Congo en BRT2-Antwerpen werden uitgezonden. Nam deel aan verschillende groepspublicaties in "Band", "Zuiderkruis" en "Congo ya lobi" en schreef de novelle "Palaver om de ebbe".

2 weeks, 4 days ago

“We waren alle drie jong, enthousiast en bezield van idealen. We waren bezeten van de hervormingsgeest van bijna iedere gloednieuwe koloniaal, die bij zijn eerste moeizame passen al kritiek heeft op alles wat voor hem werd uitgevoerd, die vergaat van medelijden met de zwarte bevolking en de in zwang zijnde, beproefde methodes volledig afkeurt.

We hebben de kinderziekten doorgemaakt, die in feite het beste bewijs is dat de jonge koloniaal bezield is met veel goede wil en menslievendeheid. In de eerste periode van onze genezing hebben we ingezien dat de zwarte niet zo arm, zo ongelukkig en zo verdrukt is als we wel hebben gedacht, en ook niet zo onvoorwaardelijk goed, eerlijk en edel van inborst als we hem gezien hebben. In de tweede periode van de cyclus ondergingen we de terugslag ; de zwarte is in Kongo met de beste zorgen omringd, hij had ruim genoeg om van te leven en neiging om brutaal en arrogant te zijn tegen zijn “weldoeners”. We hervonden ons evenwicht ; de zwarte is niet beter of slechter dan om het even welk ander ras. Het koloniaal bestuur spande zich naar zijn beste vermogen in om het sociaal, economisch en cultureel welzijn op te drijven en dat er veel hiaten en tekortkomingen waren bij de fantastische behoeften die met de dag nog toenamen, kon niemand verwonderen ; het werk dat reeds gedaan is, bleek bij nader inzien niet te onderschatten De Rode aarde die aan onze harten kleeft.”

2 weeks, 4 days ago

Leopold II wordt geboren als tweede zoon van de Leopold I en Louise-Marie van Orléans. Omdat zijn oudere broer, Lodewijk Filips, op jonge leeftijd sterft volgt Leopold zijn vader op als koning als deze in 1865 overlijdt. Als Leopold vijftien jaar is, overlijdt zijn moeder. Drie jaar later trouwt hij met Maria-Henriëtta van Habsburg-Lorreinen, de aartshertogin van Oostenrijk. Ze krijgen vier kinderen: Louise-Marie, Leopold, Stéphanie en Clémentine.

2 weeks, 4 days ago